Wow! Zoveel lezers, wat leuk!
View My Stats
Laatste reacties
Mijn boekjes

Famkes weblog

Op 4 december is mijn boekje "Famkes Weblog" uitgekomen. Het gaat over de (on)gewone dingen die allemaal in ons gezin gebeuren.

Dwaze maar ook serieuze dingen worden er in besproken, zoals de innige band die Famke met haar vader had.
Nostalgie, vermengd met zaken uit het heden.
 
Het boekje is te bestellen bij mij. Stuur me dan een mailtje (famkesweblog@gmail.com) en ik zal ervoor zorgen dat je een boekje krijgt. Het boekje heeft 176 pagina's, is geïllustreerd door Amy en het kost € 15,95.
----------------------
 
Famke gaat worldwide
 
 
Donderdag 24 juni is mijn tweede boekje "Famke goes worldwide" uitgebracht. Famke vertelt vol humor over haar gezin, waar steeds de meest dwaze dingen gebeuren. Wil je eens lekker lachen? Bestel dan een boekje. Het boekje is 111 blz. dik en het kost € 14,95. De illustraties zijn wederom van dochter Amy. Stuur me een email en ik zorg ervoor dat je het gevraagde krijgt. Emailadres: famkesweblog@gmail.com
---------------------
 
@ Famkeshome
 
 
Op 25 november is mijn derde boekje @Famkes home uitgekomen.
Als blunderen een beroep is dan is Famke zo ongeveer een professional. In @Famkes home vertelt ze op een vrolijke manier over de dingen die allemaal fout gaan in haar gezin. Ze spaart niemand, vooral zichzelf niet. Een heerlijk boek met ondanks de dwaze situaties toch ook veel herkenningspunten. Lach, herken en geniet!
Wil je dit boekje bestellen? Dan kun je een mailtje sturen naar famkesweblog@gmail.com en dan zorg ik ervoor dat je een boekje krijgt.

 

.
Laatste artikelen

Ik was vroeger de schandvlek van de familie. De reden werd fluisterend besproken, zo erg was het. Eigenlijk negeerde mijn familie dat het liefst, maar ja, dat ging nu eenmaal niet.

Nieuwsgierig naar de reden? Ik was linkshandig!

De ellende begon al op de lagere school. Kwam je van de veilige kleuterschool waar je vertroeteld en verwend werd naar de "grote school" kreeg je meteen allemaal problemen. In de eerste klas! Op de eerste dag al!

Vanaf de luiers was ik bevriend met een buurjongetje dus ik besloot om naast hem te gaan zitten. Hij was de enige die ik kende en dat voelde tenminste veilig en vertrouwd. Fout! Dat mocht dus niet, een meisje die naast een jongen ging zitten! Eigenlijk was ik meteen al "een stout meisje" zoals de juf boos zei. Ja, een slet was ik.

Was het begin al slecht, het werd nog veel erger toen we begonnen met schrijven.

"Nee, nee," zei de juf boos, "niet met je stoute handje, met je lieve handje."

Maar mijn lieve handje werkte helemaal niet mee terwijl het met mijn stoute handje heel goed ging. Ik besloot dan ook gewoon met het stoute handje verder te gaan. Maar wat denk je? Het snertmens pakte een stok en sloeg je op je vingers.

"Niet met je stoute handje, zei ik!" snerpte ze.

Het liep zo hoog op dat ze bij ons thuis kwam om zich over mij te beklagen. En lieve help, wat geneerde mijn vader zich. Hij vond het vreselijk dat ik links was. Een schande! En mijn opa, die bij ons inwoonde, voedde dat. Dan keek hij mij met een vies gezicht aan en zei: "Waarom geef je het niet op? Waarom gebruik je niet je rechterhand, net als elk normaal mens." 

Dus, ik was niet normaal. Ik was een aansteller, vond hij. Als wij bv bezoek kregen (toen ik al weer wat ouder was) en ik de koffie moest inschenken, dan zei mijn opa: "Famke doet net of ze links is. Dat vind ze interessant. Maar het is niet zo hoor. Ze is gewoon rechts."

En het bezoek keek dan beschaamd, alsof hun een intiem geheim verteld werd dat ze eigenlijk niet hoorden te weten. Zo sneu voor mijn vader.

Tja....vroeger. Gelukkig is het niet meer zo. Het maakt geen bal uit of je nu links of rechts bent, als je maar goed functioneert. Jammer genoeg is geen van mijn kinderen linkshandig. Ik had het zo cool gevonden om daar heel relaxed mee om te gaan.

Reacties (2)

Op de lagere school kregen we zangles. Ik vond het een gruwel. Niet het zingen, want ik zong de hele dag door (tot ergernis van mijn inwonende opa die iets tegen vrolijke kinderen had geloof ik) maar dat je dat voor de klas moest doen! Verschrikkelijk! En al die kinderen gaapten je aan, een enkeling zat je uit te lachen en je kon er helemaal niks aan doen. Je stond daar gewoon voor aap. Vond ik dan. Ik had dan ook reuze medelijden met mijn medeleerlingen die 1 voor 1 voor de klas moesten staan. En wat nog erger was, als je bijna aan de beurt was (het ging op alfabet) en dan was het uur om. Dan zat je een hele week in de stress, want je wist....de volgende week was jij aan de beurt. Als eerste.

Toen ik mijn liedje gezongen had en heel graag weer terug wilde kruipen naar de bank, zei mijn juffrouw: "Wil je nog een liedje zingen?"

Nee, dat wilde ik niet. Maar de juffrouw vond mijn stem "reuze mooi."

En dus zong ik nog een deuntje, en nog eentje.

En trots vertelde ik het thuis. Nu waren ze bij mij thuis heel lief hoor maar ze hadden een hekel aan complimentjes geven. Geloof ik. Daar deden ze nl. nooit aan. Als je iets goed kon dan was dat mooi meegenomen en kon je het niet, nou dan had je pech. En verder werden er geen woorden aan vuil gemaakt.

Toen ik met mijn "reuze mooie" stem aankwam moesten ze allemaal vreselijk lachen.

"Was de rest zo erg dan?" werd er gevraagd, "dat ze dit al mooi vonden! Haha."

Ik was stik beledigd. En wachtte erop tot ik ontdekt zou worden. Want ik was er heilig van overtuigd dat dat ging gebeuren. En dus zong ik als ik boven was met het raam open. Je wist maar nooit wie langs liep. En weet je wat ook zo mooi klonk? In de douche. En op de overloop. Dan deed ik alle deuren dicht zodat het geluid mooi klonk en dan zong ik bovenaan de trap de sterren van de hemel. Tenminste, dat vond ik zelf. Immer will ich dir gehören, van Heidi Brühl. Dat had ik gehoord in een film, zo'n zeikfilm, maar ik vond zelf dat ik dat erg mooi zong. En je wist maar nooit, wie langs liep. Die kon mij in ieder geval ontdekken, het lag niet aan mij! En zo'n liedje van Willeke Alberti: vanavond om kwart over 6 ben ik vrij. En dan probeerde ik dat net zo mooi te zingen als ik vond dat zij dat deed. Ja, dat waren nog eens tijden. Piepjong en al dromend van een zangcarrière.

Maar langzamerhand klapte mijn roze wolk uiteen en kreeg ik toch het gevoel dat het met mijn "ontdekking" een beetje ging tegenvallen. Bovendien werd ik volledig in beslag genomen door andere dingen en besloot ik om alleen nog maar voor mijn plezier te zingen. En dat deed ik, de godganse dag liep ik te zingen. Ik had er niet eens erg in. Zelfs als ik op straat liep was ik aan het neuriën of een liedje aan het zingen.

Toen ik laatst met dochterlief Amy aan het fietsen was verbaasde het me dat de mensen die we onderweg tegen kwamen ons aan zaten te staren. Ik keek eens naar mijn kleding, zat er iets niet goed of zo? Of was mijn make up doorgelopen?

"Nee ma", siste Amy me chagrijnig toe, "je zingt!"

"Oh sorry", zei ik en probeerde mijn mond te houden.

De dorpsgek van Sneek, noemde lief mij wel eens. Er was nl. een vrouw die niet helemaal in orde was in haar hoofd. Je zag haar altijd wandelen door de stad, luid zingend. Maar toch, daar wilde ik niet mee vergeleken worden.

"Nou ja, ze was in ieder geval vrolijk," verdedigde ik haar als mensen haar belachelijk probeerden te maken. En bedacht dan dat ik me ook een beetje moest beheersen. Maar het ging gewoon automatisch, dat zingen, ik kon er eigenlijk niks aan doen.

Op een avond hadden lief en ik het over mekaars eigenschappen. Zo af en toe doen we dat en dan halen we voornamelijk de dingen aan die we zo leuk van elkaar vinden. Jaaaa, dat zijn heel vruchtbare avonden hoor.

"Weet je wanneer ik je zo lief vind?" zei lief, "als je aan het rijden ben 's avonds laat en heel zachtjes zit te zingen. Dan kan ik uren naar je luisteren."

Nou vooruit, ik ben nooit ontdekt. Vroeger had je nog niet van die programma's zoals de Voice en weet ik hoe ze verder heten. Maar als je lief zoiets tegen je zegt: daar doe je het toch voor?

 

 

Reacties (6)

Ik weet het, ik ben een ongelooflijke zeur met eten. Er is zoveel dat ik niet lust. En het vervelende met mij is: ik probeer het niet eens. Als ik maar denk: dat lust ik niet, dan eet ik het ook ab-so-luut NIET!

Als kind vond ik eten een drama, een groot, groot drama. En omdat ik veel ziek was, moest ik natuurlijk wel gezond eten. En laten dat nu net de ergste dingen zijn, die gezonde dingen. Maar niet willen eten was er niet bij. Als het niet goedschiks ging, dan maar kwaadschiks. Tja, zo ging dat vroeger. En natuurlijk hadden ze gelijk, een kind moet gewoon eten wat de pot schaft. Of zoiets.... Er was dus vaak wrijving bij ons aan de etenstafel en altijd was het mijn schuld. Ik, met mijn stijve kop.

Op een dag kwam ik uit school en liep ik door naar de keuken. En wat ik daar zag! Argh! Wat was dat????

Op een bord op het aanrecht lag.....een inktvis. Met zijn tentakels over het bord heen, met zijn kapotte oog lag hij daar in al zijn glorie mij een doodschrik te bezorgen. Wat moest dat beest daar? In onze keuken? Die gingen we toch niet eten? Bleeeeeh! En ik wist het toen al: dit ging Famke niet eten. No matter what de consequensies ook waren. Slaag of niet, ik ging dat NIET doen! Never nooit niet!

Wat bleek nu? Mijn tante, die voor ons zorgde, had eens in een vlaag van verstandsverbijstering tegen mijn vader gezegd dat ze dol op inktvis was. En mijn vader, ook de beroerdste niet, zag bij het viskraampje toen hij een harinkje haalde....jawel, een inktvis. Mijn tante blij, en ik zat er maar mee. Elke keer liep ik naar de keuken om naar dat enge beest te kijken. Met zijn kapotte oog. Maar liever op dat bord in de keuken dan op mijn bord. 

Een dag later werd mijn tante ziek. Ik was opgelucht. Want tja, als ze ziek was kon ze het beest ook niet klaarmaken. Toch? En mij dan dwingen om die viezigheid te gaan eten. Nee, het was prima zo.

Mijn tante was zo ziek (en dat gebeurde echt nooit) dat haar dochter overkwam om voor ons te zorgen. 

Nu, tegen deze dochter kon ik gewoon zeggen: "Dat eet ik niet" en dan hoefde ik het niet te eten. Die ging zich daar echt niet druk over maken. Pfff, wat een mazzel. 

En toch, op een dag, het kon natuurlijk niet uitblijven, was het bord weg. Met de inktvis! Ik werd spontaan misselijk. Mijn tante knapte alweer op en nu ging ze er natuurlijk voor zorgen dat ik dat beest ging eten. En dat was ik duidelijk niet van plan. Dus....het zou wel weer op een drama uitdraaien. Bah!

"Waar is de inktvis?" vroeg ik angstig aan mijn nicht.

"Oh," zei mijn nicht, "die heeft tante Roos meegenomen. Die is er dol op. En ik weet niet hoe ik hem moet klaarmaken." 

Bless tante Roos en bless mijn nicht die geen inktvis kon klaar maken. Ik kon wel zingen. Geen eng beest meer in de keuken en ook niet op mijn bord. Hoera! Hij was weg! Het feest was compleet toen ik ook nog ontdekte dat mijn nicht rijst had klaargemaakt. Want rijst, dat at ik graag. Rijst met allerlei heerlijkheden en ook nog vissticks. Lekker!

Ik schepte tot groot genoegen van de familie voor mijn doen eens flink op. Hehe, dat was weer eens wat anders dan het dagelijkse gezeur met mij als ik weer eens niet wilde eten. 

Ik nam een visstick, zou hem net in mijn mond steken toen mijn nicht enthousiast zei: "Dat is nu de inktvis. Tante Roos heeft er net wat van gebracht. Lekker Famke?"

Ja, ik weet het. Ik ben een aansteller. Maar ik was woest op tante Roos. Hoe durfde ze! Dat vieze beest klaar te maken en dan terug te brengen. Ik voelde me zwaar bedonderd. En ik rende naar het toilet en heb me toch overgegeven.

Jaja, ik weet het.

Reacties (3)

Een van Amy's koplampen van de auto had het begeven en ze had een nieuwe lamp bij de Karwei gekocht. Ze heeft zo'n oud geval waar je zelf de lamp nog kunt vervangen. Omdat het een klein vrouwtje is en mannen het schijnbaar raar vinden dat een vrouw dat zelf doet, kreeg ze al snel bekijks.

"Lukt dat wel?" vroeg een van de mannen, "hiernaast is een garage. Die kan het ook wel even voor je doen."

Ja daaaaag, dat kunnen we zelf ook wel. Dus motorkap omhoog, lampje eruit. Ondertussen stonden de mannen nog steeds om haar heen, onderling meldend dat ze er weinig vertrouwen in hadden. Een vrouw die dat zelf kon? In haar hart was Amy natuurlijk hartstikke trots.

"Haha, dat kan ik lekker zelf wel," dacht ze triomfantelijk, "daar heb ik geen man voor nodig!"

En inderdaad, alles ging goed, tot ze het nieuwe lampje uit zijn kartonnetje moest halen. Al briesend kwam ze weer in de auto.

"Ik krijg dat ****lampje niet uit zijn kartonnetje," zei ze woest, "en die mannen maar lachen."

Ja sorry hoor, ik moest er ook om lachen terwijl ik toch wel weet hoe verschrikkelijk handig ze is. Haha, alleen het kartonnetje stuk maken ging wat moeilijk. Natuurlijk lukte het allemaal wel en dropen de mannen weer af. Ha, dat kunnen wij lekker zelf!

Zelf had ik ook eens zoiets. Mijn olielampje begon te branden, die had dorst. Ik dus bij de benzinepomp olie halen.

"Heb je een probleem?" vroeg de man vriendelijk.

"Nee hoor," zei ik, "er moet alleen wat olie bij."

"Moet ik even helpen?"

"Welnee, dat kan ik zelf wel"

"Maar weet je wel waar dat in moet dan?

"Wat denk je zelf?"

"Nou ja, je weet het maar nooit. Er zijn niet veel vrouwen die dat weten."

"Pffff, nou ik wel hoor. Geen enkel probleem"

"Echt niet?"

"Echt niet!"

"Ik wil best even helpen hoor. Je zegt het maar."

"Dat is niet nodig".

En trots liep ik naar buiten om even later weer naar binnen te moeten.

"Lukt het niet? Weet je het toch niet? Zal ik maar wel even helpen?"

"Nou als je het flesje even voor me open maakt, dan red ik me verder wel."

Ah, erg he?

 

 

Reacties (4)

Toen ik op de middelbare school examen moest doen had ik eigenlijk wel een probleempje. Ik had nl. mijn hersen niet te veel vermoeid door veel te leren. Bovendien vond ik dat ik daar geen tijd voor had in verband met mijn sociale leven. En je moest altijd weekend extra leren en dat was voor mij nu net de tijd voor....juist....voor mijn sociale leven.

Wat ik in de klas opstak was meestal wel genoeg en mocht er eens een moeilijk proefwerk tussen zitten dan was er altijd wel iemand die me liet afkijken. Zo kwam ik al die jaren goed door. Maar nu ging me dat natuurlijk niet lukken.

Ai, problemos. Er zat niets anders op dan de week voor het examen (die kreeg je dan vrij om nog iets (!?!) door te nemen) flink te gaans tuderen. Ik had nl. nogal strenge ouders. Ze lieten me wat school betreft wel vrij hoor, maar oh wee als ik eens met een onvoldoende thuis kwam. Dan zwaaide er wat. Meestal huisarrest. Dus daar had ik geen zin in. En stel je voor dat ik zakte, gloeiende gloeiende, dan zat ik de hele zomer thuis. Om te luisteren naar het gezeur dat ik mijn best had moeten doen etc. etc. Nee, daar had ik totaal geen zin. Studeren geblazen dus. 

De eerste dag was het bloedheet weer en omdat ik daar toevallig van houd, nam ik mijn boeken mee naar buiten en ging heerlijk in de tuin studeren. Ik was helemaal alleen, mijn tante was weg dus.....geen gezeur. Heerlijk. Pffff, was best wel veel wat ik allemaal nog moest doornemen. Hoe had ik dat toch altijd gehad? 

De eerste avond ging het meteen al mis. Mijn tante, die terugkwam van een dagje uit, keek me eens aan en zei: "Wat zie je er raar uit. Je hebt toch niks gedronken? Of ben je aan de drugs?"

Welnee man, ik had geleerd. Zo uitzonderlijk was nu ook weer niet hoor dat ik na een dag zo hard leren raar uit mijn ogen keek. Dat was ik niet gewend. Ik moest diep in mijn hart wel toegeven dat ik me ook raar voelde. Maar ja, diep in mijn hart en dus niet hardop. Bovendien waren de eerste klasgenoten geslaagd en dat betekende dus: feest! En daar was ik altijd wel voor te porren. Beroerd of niet.

De volgende morgen schrok ik toen ik in de spiegel keek. Nee, niet het normale, dagelijkse schrikken, abnormaal schrikken. Wat zag ik eruit! Dikke ogen, vreemde kleur en toch echt niks gedronken. Ook de vorige avond niet. Nee, echt niet! Ik ging aan de ontbijttafel zitten (kom op Famke even stoer!) kreeg ongelooflijke hoofdpijn heb mijn hoofd op de tafel neergelegd en was weg.

Toen ik weer wakker werd (zonder hoofdpijn) lag ik op de bank in de kamer. Ik wist meteen dat er iets erg mis was. Wij mochten nooit op de bank liggen, hoe ziek we ook waren. Dan moesten we maar naar bed. Maar deze keer was het schijnbaar anders. Wat was er toch gebeurd?

Mijn vader was dolblij toen hij zag dat ik wakker was, haalde meteen mijn tante erbij die ook al zo enthousiast reageerde. Waren ze gek geworden of zo?

Tja, het bleek dat ik 5 dagen buiten westen was geweest. De dokter kwam elke dag. Ik mocht absolut niet vervoerd/verplaatst worden, vandaar natuurlijk het voorrecht dat ik op de bank mocht liggen. Er was iets niet goed gegaan met de combinatie leren in de bloedhete zon. Ik had een soort zonnesteek opgelopen. Mijn hersens hadden een beetje gekookt. Bloedlink. 5 dagen buiten westen, had de dokter gezegd, grote kans dat het zonder gevolgen blijft. 6 dagen grote kans op hersenletsel en 7 dagen.....tja. Vandaar de blijdschap dat ik na 5 dagen weer bij was. Lieve help, waarom heb ik nooit eens iets normaals?

En toen kwam opeens de doodschrik! Mijn examen! Wat voor dag was het? Was ik het al misgelopen? Maar nee, het was maandag en ik moest woensdag examen doen. Nog 2 dagen dus.

"Maar", zei papa, "je hoeft je absoluut geen zorgen te maken, je mag het ook na de vakantie overdoen. Daar heb ik al naar gevraagd." 

Nee!!! Niet na de vakantie. Niet die hele, goddelijke vakantie leren! Nee, nu examen doen. En....als ik zakte, tja, dan kon ik er toch niks aan doen? Was ik toch doodonschuldig? Dus, dan kreeg ik ook geen huisarrest. Ik dacht in die tijd alleen nog maar aan vrijheid/huisarrest. 

Het beroerde was dat mijn hoofd moest rusten (dat deed hij al het hele jaar, maar goed, ik mocht dus niet leren) en hoe kon ik de zaken nu zo sturen dat ik toch slaagde? Er moest toch een manier zijn dat ik mijn ziekte kon uitbuiten?

Toen ik op de bank lag, 5 dagen lang, had ik op mijn arm gelegen. Nu was "pijn" wel zwaar overdreven maar ik voelde het toch. Dus heb ik een kolossaal groot verband om mijn arm gedaan (echt hoor tante, het doet met toch pijn!) en in alle talen voorbereid hoe ik moest uitleggen wat mij was overkomen. Vooral met de talen was dat heel gemakkelijk. Je kon alles voorbereidenen zolang ik praatte werd mij niks gevraagd (wat ik bv. niet wist, slim he?) En praten is voor mij nog nooit een probleem geweest, zelfs niet in een vreemde taal. Verder rekende ik natuurlijk ook op behoorlijk wat medeleven van de examinatoren. Want het was toch niet niks wat ik had doorstaan. Toch?

Op de dag van het examen kregen we meteen aan het eind van de dag uitslag. Je moest een uurtje of zo wachten en dat werd de hele bende naar binnen geroepen. En wij maar wachten, en wachten en wachten. En ja, natuurlijk kreeg ik hier de schuld van.

"Jij hebt altijd van die rare dingen", zei de knaap die ooit eens door mijn schuld 3 dagen van school was gestuurd, "door jou moeten WIJ zolang wachten!" En hij keek vuil naar me. 

Toen we naar binnen werden geroepen bleek ik inderdaad de boosdoener te zijn. Wat was het geval. Ik ben een ongelooflijke sukkel met rekenen. Een heel eenvoudig sommetje is voor mij al een probleem. Vandaar dat ik op mijn examen voor rekenen .......een 2 had gehaald. En daar kon je natuurlijk niet mee slagen. Maar omdat ik verder van die belachelijk hoge cijfers had hebben ze extra vergaderd omdat ze het wel zonde vonden om iemand met zo'n cijferlijst te laten zakken. Bovendien verwachtten ze dat ik dan nooit zou slagen omdat ik gewoon niet kon rekenen. Maar wel goed kon leren.

Nu, daar was ik het roerend mee eens. Kreeg nog een preek mee over uitzonderlijk goed verstand blablabla en over de wereld die aan mijn voeten lag blablabla en dat ik het nog ver zou schoppen blablabla en meer van dat fraais. Ik luister nooit zo lang naar dat gezeur, juichde alleen van binnen heel hard: geslaagd! Geen huisarrest! Lekker genieten van de zomer want nu waren ze natuurlijk apetrots op mij (voor de verandering) en daar ging ik heel lang, heel erg van genieten. Ziek en toch geslaagd!

Leuk hoor, examen doen.

Reacties (1)

"Het is net of je elke avond even langskomt," zei een vriendin die een boekje van me heeft. Elke avond leest ze een stukje, vandaar haar opmerking.

"Maar," zei ze, "wat me verbaast is wat je er allemaal in zet! Al die blunders die je hebt gemaakt zet je er gewoon in!"

Ja, waarom niet. Lekker gemakkelijk als iedereen weet dat je (soms) een sukkel bent. Mij maakt het niks uit hoor. Bovendien schieten de meeste mensen daarom juist in de lach. En daar hou ik van, mensen laten lachen.

Toch heb ik mijn boekjes eens doorgenomen. Lieve help, wat maakt een mens een boel dingen mee in een leven. Zoals die keer toen ik in het verkeerde vliegtuig stapte, in een heel ander land uitkwam en tot overmaat van ramp ook nog werd gearresteerd omdat ze het allemaal errug verdacht vonden. En tja, ik kwam uit Amsterdam, zag er uit als een hippie, zat in het verkeerde vliegtuig, dus......ik zou wel drugs bij me hebben. En die keer dat het konijn van Melody in de emmer met lijm was gesprongen en lief, die eigenlijk ziek was en met de moed der wanhoop eindelijk zou gaan behangen, bijna uit zijn vel sprong. En het beest er niet uit kreeg! En die keer dat ik als meisje van 11 op schoolreis ging een hele week en mijn beurs was vergeten mee te nemen. Mijn vader stuurde hem na (was ook nog de beurs van mijn zus) en ja hoor, dezelfde dag viel hij in het water. Weer geen geld. En zus boos!

4 boekjes vol heb ik al geschreven met leuke tekeningen van dochterlief Amy die nu niet zo snel aan het tekenen is anders had Famke 4 ook al lang in de winkels gelegen.

Voor de nieuwe lezers, hier nog een oud blogje: 

Geen bon

Eigenlijk ben ik best wel slim in het ontlopen van boetes. Tenminste, op de fiets. Ik was eens (lang geleden) 8 maanden zwanger en besloot op de fiets naar mijn nicht te gaan. Die woonde wel 8 km. verderop, maar het weer was heerlijk en ik voelde me goed. Vlakbij haar huis stond zo'n onnut stoplicht, zo eentje waarvan je denkt: wat voor nut heeft dit ding hier en ik reed dan ook vrolijk door rood. Er kwam toch niks aan. Of toch wel....een politieauto hield me staande en ik voelde de bui natuurlijk al hangen. Dit ging me centjes kosten. De agent (ze kunnen met zo veel bombarie op iemand afkomen, de aanstellers) liep naar me toe en baste al: “Mevrouw, waarom.....”

Maar ik viel hem in de rede.

“Ga alsjeblieft aan de kant,” hijgde ik, “alsjeblieft! Aan de kant!”

De man werd bleek en ook zijn collega begon zenuwachtig te schuifelen.

“Toe!” riep ik (zogenaamd, ja ik kan me ook aanstellen hoor!) in paniek, “Ik moet naar huis!”

Oh zo heerlijk gemakkelijk, zo'n dikke buik. Ze gingen snel aan de kant en vroegen nog: “Heeft u hulp nodig?”

“Nee,” riep ik (ja zeg, stel je voor) “als je me maar doorlaat.”

“Moeten we u begeleiden?” vroeg de andere nog.

Ja hallo, dat kan toch niet, er was helemaal niets aan de hand.

“Nee hoor,” zei ik, “mijn man is al gebeld en ik woon vlakbij. Maar mag ik er nu alsjeblieft langs???”

Ja, natuurlijk mocht ik er langs, graag zelfs. Ze wisten niet hoe snel ze weg moesten komen. Die waren natuurlijk bang voor een bevalling op straat. Haha, mooi geen bekeuring gekregen. Alleen op de terugweg ben ik een eindje omgereden. Stel je voor dat ze nog steeds bij het stoplicht stonden om argeloze fietsers op te wachten. Dan kreeg ik ongetwijfeld alsnog een bon.

Een andere keer (ja hoor, weer zwanger, maar wel gemakkelijk) werd ik 's avond (weer op de fiets) aangehouden.

“Mevrouw, u heeft geen achterlicht,” zei de agent.

Achterlicht? Hebben die nut dan? Ik had nooit een achterlicht. Maar ik keek geschokt achterom. “Geen achterlicht?” Ik deed geschokt.

“Jeetje, hoe kan dat nu? Ik vind het zo gevaarlijk om zonder achterlicht te rijden, hè?” en ik keek de agent trouwhartig aan. Ja hoor, hij was het roerend met me eens en pakje alvast zijn boekje. De andere (ze zijn altijd met hun tweeën) zei nog: “Misschien zit het lampje een beetje los. Zou dat kunnen?”

Nou zeg, wat een aardige agent, natuurlijk, dat moest het zijn.

“Zal ik even kijken?” vroeg hij.

“Nou als je wilt, graag.”

Ik had geen flauw idee wat hier nu weer de consequenties van zouden worden, maar als hij wilde kijken: be my guest. Voorzichtig maakte hij het open en wat denk je?

“Er zit helemaal geen lampje in!” zei hij verbaasd. Zijn vriend pakte al zijn boekje en ik raakte, bij het idee van een bon, toch wel een beetje in paniek.

“Wat!!!!” zei ik verbijsterd, “geen lampje!!Hebben ze weer mijn lampje gejat!! Wat voor aardigheid hebben ze daar nu aan, dit is al de derde keer in een maand. Een lampje!! Wat moeten ze ermee!”

Beide agenten keken geschokt bij zoveel onrecht. En het boekje werd mooi weer opgeborgen. Weer geen bon.

 

Reacties (2)

Tijdens een vakantie in Zuid Frankrijk had zoonlief een Deens vriendje. Zodra we, na een dagje strand, terugkwamen in het hotel speelden ze samen. Hoe ze elkaar verstonden is me nog steeds een raadsel, maar het ging reuzeleuk. Op een avond was het kind zo doodmoe dat hij om 7 uur al in zijn bed lag. Het Deense jongetje kwam bij ons en ik vermoed dat hij vroeg waar zoonlief was (mijn Deens was niet zo heel goed) en ik maakte een slaapgebaar. Het kind snapte het niet en terwijl mijn lief mij nog een lekker glaasje wijn inschonk, kwam moederlief poolshoogte nemen. Zij sprak net zoveel Frans als wij (niet noemenswaardig dus) maar we konden in ieder geval communiceren. Inderdaad, ze wilde weten waar zoonlief was.

Terwijl ik aan mijn glas nipte zei ik in mijn mooiste Frans: "Il est mort" (hij is dood)

Ik bedoelde natuurlijk "Il dors" (hij slaapt) maar ach, het scheelt maar 1 letter. De vrouw schrok en vroeg nogmaals wat er aan de hand was. Gastvrij als ik ben nodigde ik haar uit om bij ons te komen zitten en mijn lief schonk al een glas wijn voor haar in. Ik zou net een gezellig gesprek met haar beginnen toen ze me bij de schouders pakte en door elkaar rammelde.

"Wat is er met je zoon gebeurt?" vroeg ze en vrolijk herhaalde ik dat mijn zoon dood was. En toen ik zag hoe ze me vol afgrijzen aankeek, deed ik even voor hoe iemand slaapt. Ogen dicht, slaapgebaar, simpel toch? En duidelijk! Toch?

Maar de vrouw raakte helemaal overstuur en werkelijk, we begrepen er geen klap van. We wisten wel dat kinderen in Frankrijk laat opblijven, maar als ons kind nu moe was en wilde slapen? Wat was daar nu zo erg aan? Wat een aanstellers!

Lief bood haar opnieuw een glas wijn aan en we lachten haar vrolijk toe. Gezellig zo.

Maar de vrouw had het niet meer en haalde haar man erbij. De man kreeg dezelfde boodschap, met dezelfde gebaren (misschien werd het nu wat duidelijk?) en ook met hetzelfde resultaat. De vrouw van het hotel werd erbij gehaald en ik zuchtte eens diep. Lieve help, zo slecht was mijn Frans toch niet? Ik redde me over het algemeen prima. Stomme Denen! Wat een gedoe om een slapend kind.

Maar goed, het woordenboek werd erbij gehaald.

"Zie je wel" zei ik nog triomfantelijk, "il dors!"

Pas toen begreep ik wat ik verkeerd had gezegd. Oeps!

Reacties (3)

Vrienden waren bij kennisen uitgenodigd voor een maaltijd. De bofkonten, want de man van de kennisen Mo, was een Indonesische man die verrukkelijk kon koken. Zijn vrouw Fien kon er niks van maar dat gaf helemaal niks want Mo kookte altijd. Hij was zo bezeten van koken dat toen wij een keer op een avond onverwacht langskwamen en hij al op bed lag, hij eruit kwam toen hij onze stemmen hoorde en vroeg:"Loempiaatje?" Wij dachten dat hij ze even uit de vriezer ging halen maar nee hoor, hij ging ze speciaal voor ons maken. Terwijl wij alleen even snel een bakje koffie kwamen halen. Maar goed, dit even terzijde.

Onze vrienden zagen uit naar een verrukkelijke maaltijd maar het noodlot sloeg toe. Mo, die altijd kerngezond was, werd ziek. Niet ernstig, maar wel zo erg dat hij op bed lag en niet kon koken.

Fien belde me helemaal in paniek op.

"Wat moet ik doen?" huilde ze half door de telefoon, "ik kan niet koken!"

"Joh, stel je niet aan", zei ik fijngevoelig, "je hoeft toch niet een hele rijsttafel te maken. Je kunt toch gewoon een aardappeltje schillen. Het gaat toch vooral om de gezelligheid?"

Maar het was echt een probleem voor haar. En ze wilde ook niet op het allerlaatste nippertje afzeggen. En echt, ze kon nog geen aardappel schillen.

"Dan ga je naar de winkel en haal je geschilde aardappels. Je trekt een blikje groente open en braadt er een slavink bij. Wat kan er verkeerd gaan?" moedigde ik haar in mijn onschuld aan. Wist ik veel!

In ieder geval trof ik een dag later onze vrienden. Of ze lekker gegeten hadden. Oh jawel hoor. En het was erg gezellig geweest. En zo zielig dat Mo zo ziek was. Hij lag op bed en dat gebeurde niet vaak. Verder werd er niet over gesproken.

Een paar dagen later trof ik Fien.

"Het is allemaal goed gegaan he?" zei ik, "met het etentje laatst. Zie je wel dat je het best kunt!"

Fien keek opgelucht.

"Ja het was zo leuk. En ze hebben heerlijk gegeten."

Nu, ik was blij voor beide partijen.

"Ik heb precies gedaan wat je zei" zei Fien nog. Kijk, dat is nu eens leuk, iemand die naar je luistert en er naar handelt. Dat doet een mens goed.

"Ik heb geschilde aardappels gehaald, een blikje worteltjes die hoefden alleen maar even opgewarmd en een blikje biefhapjes. Die hoefden ook alleen maar opgewarmd. Je had helemaal gelijk, het was heel gemakkelijk eigenlijk."

En ze keek me dankbaar aan.

Biefhapjes? Een blikje? Opgewarmd? Had dat domme mens een blikje biefhapjes voor de poes gehaald, in een pannetje opgewarmd en dat die arme mensen voor gezet! En toen ik hun vroeg of ze lekker gegeten hadden zeiden ze nota bene: "Ja hoor, het was best lekker." Gatsie, eten voor de poes!

Het gekke was dat ik me er ook nog een beetje verantwoordelijk voor voelde. Als ik haar niet op het idiote idee van "een blikje" had gebracht had ze het vast niet gedaan. Ter compensatie heb ik onze  vrienden toen ook maar uitgenodigd en hun rijst met kip voor gezet. Verse kip.

Biefhapjes, hoe kreeg ze het voor elkaar!

Reacties (5)

Vrienden van ons hadden een poes die 's avonds (echt waar!) op een raam klopte omdat hij naar binnen wilde. Maar op een avond, geen poes, geen klopje. Wel een bel maar dat was de poes niet. Nee, dat was de buurvrouw die huilend bekende het arme dier doodgereden te hebben. Ze had hem ook meteen begraven, want eigenlijk was ze helemaal niet van plan geweest om het te vertellen. Zo vond het zoooo zielig voor de kinderen!

Die lagen al op bed, maar merkten toch dat er iets aan de hand was. Cindy van 5 keek haar moeder met grote ogen aan.

"Is onze poes dood?" huilde ze, "mag ik dan nu een paard?"

Haar grotere broer wilde in ieder geval nog een andere poes. Of een hond. Want dat was ook leuk. Leuker eigenlijk.

De moeder van het spul was misselijk. Hun poesje dood! Dat moest ze toch wel even verwerken, en "nee, ze kregen in ieder geval geen paard!" waarop Cindy mokkend naar haar bedje ging. Het was een rare gewaarwording. Jaren hadden ze 's avonds zitten wachten tot de poes op het raam klopte, jaren hadden ze ervoor gezorgd. En nu.....het was te erg voor woorden. Geen poesje mee. En de arme kinderen! Op zo'n jonge leeftijd werden ze met de dood geconfronteerd. Het was te erg.

Maar terwijl de ouders ziek van ellende waren, kibbelden de kinderen over welk dier ze nu wilden hebben. Een konijntje was ook leuk, vond broerlief, maar Cindy wist het zeker: ze wilde een paard!

En toen, op een avond, werd er weer op het raam geklopt. Onze vrienden keken elkaar in shock aan. Zou het? Dit kon toch niet? Hun poes? Die was toch dood? En begraven? Maar gelukkig, het was wel degelijk hun poes, hun lieveling. De buurvrouw had helemaal hun poesje niet doodgereden, maar een andere poes. En blij maakten ze snel de kinderen wakker om hun het goede nieuws te vertellen. Cindy begon weer te snikken: "Nu krijg ik natuurlijk nooit een paard, boehoe" en haar broertje mopperde dat hij toch liever een hondje had. Maar de ouders waren dolbij.

En Cindy, ach, die was ontroostbaar. Die wilde een paard.

Reacties (5)

Toen ik eens solliciteerde vroeg mijn a.s. leidinggevende waarom hij mij moest aannemen. "Nu," zei ik vol (slik) zelfvertrouwen, "omdat ik geniaal slim kan zijn. Ik kan het ook geniaal de andere kant op. Dus...." En ik werd er op aangenomen. Meestal ben ik echter geniaal stom.

Zo gingen wij eens naar Zuid Frankrijk. Met de auto, jawel. Famke had net haar rijbewijs en was trots als een aap dat het nu eindelijk kon, lekker ver weg. Heerlijk naar de zon. We hadden vlak bij Lyon een hotelletje geregeld en omdat iedereen zich met de reis bemoeide en me vooral toeriep "genoeg te rusten" hadden we voor onderweg een b&b geregeld. Zodat ik kon "rusten". 

Tot mijn grote ergernis waren we echter 's middags om een uur of 2 al in Noord Frankrijk waar we zouden overnachten. Ik had graag doorgereden maar ja, het was nu eenmaal zo geregeld. Vlakbij de snelweg, even een zijstraatje is en dan op het Franse platteland in een Franse boerderij. Leuk toch? Maar waar was toch dat weggetje? Hoe ik ook reed, ik kwam steeds weer verkeerd uit. Pfffff, wat zonde van de energie (en benzine). Ik besloot om het maar eens bij het benzinestation te vragen want het moest toch echt heeeeel erg dicht in de buurt zijn. Maar nogmaals waar????

Gelukkig spreek ik vloeiend Frans en de mensen van het benzinestation waren heel behulpzaam. Kijk zie je dat weggetje? Nu, die moet je volgen, dan aan het eind rechtsaf en daar is het! Kind kan de was doen.

Ik keek eens naar het weggetje dat ik moest inslaan. Eh....zo'n rood bord met een witte streep, betekent dat hier ook dat je niet mag inrijden? Ja toch?

"Oh nee," zei de vrouw "dat is geen enkel probleem hoor. Gewoon doen, niks van aantrekken. Doen wij ook!"

Kijk, dat was nog eens goede raad. Maar zodra ik in de auto ging zitten om de familie het goede nieuws te brengen kwamen er twee agenten op de motorfiets en die gingen precies onder het bord staan. Met de armen over elkaar heen! Tja, toen kon ik moeilijk doorrijden.

Nu kan ik goed dramatisch doen. Ik deed dan ook het raampje open, trok mijn meest vermoeide gezicht en vroeg aan de agenten of ze alsjeblieft ook Engels spraken en mij konden helpen. Ja, ik ben een beetje gek. Ik dacht als ik ze in het Frans aanspreek kan ik het helemaal wel schudden. En nu kan ik net doen of ik ze niet snap. Toch? Maar nee, de heren spraken geen Engels. Ik keek zo mogelijk nog moeilijker en maakte met handen en voeten duidelijk dat ik het weggetje wilde inslaan. Het verboden weggetje!

De agenten maakten met net zoveel gebaar duidelijk dat dat verboden was. Nee, dat mocht niet! Echt niet! En ze keken alsof ze nooit van een eenmaal genomen besluit afweken. Een van mijn meisjes, die achterin zaten, begon te huilen. Het was ook zo warm en zij hadden het echt moeilijk. Zij hoefden zich niet aan te stellen om hun zin te krijgen, dat was echt!

Ach, als ik beloofde het aan niemand te vertellen (ik beloofde het grif) dan keken zij die ene keer wel even een andere kant op. Ik bedankte hun uitvoerig en maakte dat ik wegkwam.

"Stoer he?" zei ik zacht tegen lief, "Om onder het oog van de politie zo'n weg in te slaan, haha." Een heel klein beetje wroeging had ik wel hoor, een heel klein beetje maar.

Eindelijk bij de boerderij aangekomen bleken we een dag te vroeg! En nee, ze had niet een kamer voor ons en nee, ze wist ook niks anders. 

Nu, dat verbaasde me niks. Ik geloof dat er maar 4 huizen in het hele dorp stonden. En hoe ik ook zeurde, madame had niks voor ons. Had ik het maar goed moeten regelen. Morgen waren we de eersten.

Gelukkig begon Melody opnieuw te huilen (dat is zo gemakkelijk soms) en de vrouw kreeg toch medelijden. En had toen opeens toch wel iets voor ons. Maar dan moesten we wel met zijn vieren op een kamer. En ze had ook niks te eten en er waren ook geen winkels. Gloeiende gloeiende. Moest ik weer naar de benzinepomp om daar wat broodjes te halen. Naar de benzinepomp, met het rode bord en die politiemannen die eronder stonden. Gelukkig waren ze al weg want ik ben er wel nog 4x geweest. Heen en weer terug, lekker snel. 

Ik was nog wel zo slim om het andere hotel in Lyon te bellen om te vragen wanneer ze ons verwachtten. En ja hoor, ook daar verkeerd. Ook een dag te vroeg. Gelukkig hadden die wat meer mogelijkheden en kregen we gewoon voor die ene nacht een andere kamer. Deden wij ook niet moeilijk over.

"Heb je het op de terugweg ook zo slim geregeld?" vroeg lief nog. Nee, voor de terugweg had ik niks geregeld. Meer in de trant van: we zien wel.

Nu, terug zijn we gewoon in een keer door gereden. 's Nachts om 3 uur weg en 's middags om 4 uur weer thuis.

Laatst vroeg iemand aan lief of het niet saai was om 40 jaar met dezelfde vrouw getrouwd te zijn. Mijn lief keek de persoon verbaasd aan.

"Saai? Met mijn vrouw?" zei hij, "dan ken jij mijn vrouw niet! Nee, die is niet saai. Soms zou ik het willen. Heel soms."

Reacties (5)
Wil je niks missen van wat ik schrijf?
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Categorieën
Waar komen jullie vandaan?
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl Design by: Mooiestijlen.nl